Nieuwigheden inzake uitzendarbeid

20 aug 2018Reglementering

CAO nr. 108/02, die op 1 oktober 2018 in werking treedt, heeft tot doel om misbruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid tegen te gaan. Om dit te verwezelijken, moet de gebruiker voortaan strengere informatie- en raadplegingsverplichtingen in acht nemen. Deze verplichtingen worden hieronder besproken.

 

   1. Achtergrond

 

Onder bepaalde voorwaarden kan een gebruiker (d.w.z. de onderneming die gebruik maakt van uitzendkrachten) beroep doen op uitzendkrachten die op basis van opeenvolgende dagcontracten worden tewerkgesteld. 

 

Onder "opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid" wordt verstaan (1) overeenkomsten met eenzelfde gebruiker, (2) met elk een looptijd van  maximaal 24 uur, (3) en die elkaar onmiddellijk opvolgen (of hooguit gescheiden worden door een feestdag en/of door de gewone activiteitsdagen die binnen de onderneming van de gebruiker gelden voor de categorie werknemers waartoe de uitzendkracht behoort).

 

CAO nr. 108/2 vereist dat de gebruiker periodiek het bewijs levert van de "nood aan flexibiliteit" om gebruik te maken van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid. 

 

Tevens moet de gebruiker verscherpte informatie- en raadplegingsverplichtingen ten aanzien van de werknemersvertegenwoordigers naleven.

 

   2. Bewijs van de "nood aan flexibiliteit"

 

Het gebruik van opeenvolgende dagcontracten is toegestaan indien de gebruiker aantoont dat het werkvolume: 

 

  • afhangt van externe factoren, of
  • sterk fluctueert, of
  • gekoppeld is aan de aard van de opdracht.

 

Dit bewijs moet elk semester aan de ondernemingsraad (of bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging) worden geleverd.

 

De nood aan flexibiliteit moet statistisch worden onderbouwd. Daarnaast « kan » (volgens de bewoording van de CAO) het bewijs worden aangevuld met elementen die aantonen dat de gebruiker alternatieven heeft gezocht voor de opeenvolgende dagcontracten. 

 

Ten slotte moet het aantal opeenvolgende dagcontracten in verhouding staan tot de door de gebruiker aangetoonde nood aan flexibiliteit.

 

   3. Informatie- en raadplegingsverplichtingen

 

        a. Er is een ondernemingsraad (of een vakbondsafvaardiging)

 

Aan het begin van elk semester moet aan de ondernemingsraad (of bij ontstentenis aan de vakbondsafvaardiging) de volgende informatie worden verstrekt: 

 

  • het aantal opeenvolgende dagcontracten gesloten gedurende het voorgaande semester; 
  • het aantal uitzendkrachten dat in het voorgaande semester met opeenvolgende dagcontracten werd tewerkgesteld; 
  • het bewijs van de nood aan flexibiliteit; 
  • op uitdrukkelijk verzoek van de werknemersvertegenwoordigers, het aantal uitzendkrachten per schijf van opeenvolgende dagcontracten.

 

Jaarlijks dient ook de ondernemingsraad (of bij ontstentenis de vakbondsafvaardiging) te worden geraadpleegd over: 

 

  • het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid; 
  • de redenen om blijvend gebruik te maken van dit type van overeenkomsten. 

 

Deze jaarlijkse raadpleging moet samenvallen met één van de twee semestriële  informatieverstrekkingen.

 

        b. Er is geen ondernemingsraad (of vakbondsafvaardiging)

 

Voor gebruikers zonder ondernemingsraad (of vakbondsafvaardiging), deelt het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de uitzendkrachten" bovenstaande informatie mee aan de representatieve werknemersorganisaties. Deze verplichting geldt voor alle betrokken gebruikers en volgens dezelfde frequentie.

 

Te onthouden?

 

CAO nr. 108/2 regelt de verplichtingen die op gebruikers van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid rusten.

 

De gebruiker moet een "nood aan flexibiliteit" concreet kunnen verantwoorden aan de ondernemingsraad (of bij ontstentenis, aan de vakbondsafvaardiging). Dit orgaan moet elk semester worden geïnformeerd en jaarlijks worden geraadpleegd over het gebruik van opeenvolgende dagcontracten. 

 

De inwerkingtreding van de CAO is voorzien voor 1 oktober 2018. De eerste semestriële informatievergadering dient derhalve plaats te vinden aan het begin van de eerste helft van 2019 en betrekking te hebben op het vierde kwartaal van 2018.

 

Bron: CAO nr. 108/2 van 24 juli 2018 tot aanpassing van cao nr. 108 van 16 juli 2013 betreffende tijdelijke arbeid en uitzendarbeid; Advies nr. 2.091 van 24 juli 2018 van de Nationale Arbeidsraad betreffende de evaluatie van het gebruik van opeenvolgende dagcontracten voor uitzendarbeid.