Recht op politiek verlof voor verkozen werknemers met een politiek mandaat

19 okt 2018Reglementering

Een werkneemster en haar werkgever raken het niet eens over de wijze waarop de werkneemster haar recht op politiek verlof zou kunnen uitoefenen.

Na haar ontslag vordert zij een beschermingsvergoeding van 6 maanden loon omwille van haar bescherming na de aanvraag tot politiek verlof.

 

Een werkneemster wordt verkozen tot gemeenteraadslid en vervolgens benoemd tot schepen.

 

Ze deelt aan haar werkgever mee dat zij hiervoor politiek verlof wenst op te nemen, ten belope van vier halve dagen per week.

 

De werkgever ziet dit niet zitten en stelt voor om het verlof op te nemen a rato van 2 volle werkdagen per week en hij legt haar een bijlage aan de arbeidsovereenkomst voor om deze modaliteiten vast te leggen.

 

De werkneemster is niet akkoord met dit voorstel en volgend op deze weigering, wordt zij ontslagen omdat de opname van het politiek verlof in halve dagen een desorganisatie van het werk tot gevolg had.

 

De werkneemster stapt naar de rechtbank om een beschermingsvergoeding op te eisen.  De zaak komt voor het Arbeidshof.

 

De beslissing

 

Het Hof stelt dat de wet van 19 juli 1976 tot instelling van een verlof voor de uitoefening van een politiek mandaat niet bepaalt dat de partijen een bijlage aan de arbeidsovereenkomst moeten afsluiten.

 

De wet schrijft ook niet voor dat politiek verlof in volle dagen opgenomen moet worden. De wet bepaalt enkel dat in het geval van een schepenambt, de werknemer het recht heeft om maximaal twee vrije dagen per week te nemen.

 

In deze zaak kon de werkgever niet zelf de modaliteiten van de opname van het politiek verlof opleggen, noch kon hij de werkneemster verbieden om het politiek verlof in halve dagen op te nemen.

 

Bovendien doet het feit dat de werkneemster haar werkgever niet vóór de verkiezingen op de hoogte heeft gebracht van het feit dat ze kandidaat was voor de verkiezingen, geen afbreuk aan haar recht op politiek verlof.  Dit heeft enkel tot gevolg dat de ontslagbescherming pas begon te lopen op het moment dat de werkneemster haar werkgever informeerde over haar voornemen om politiek verlof op te nemen.

 

De werkgever werd veroordeeld tot de betaling van de wettelijke beschermingsvergoeding van zes maanden loon.

 

Hij slaagde er immers niet in om te bewijzen dat er inderdaad sprake was van een desorganisatie van het werk. Het Hof was dan ook van oordeel dat de werkneemster ontslagen werd omwille van de uitoefening van het recht op politiek verlof.

 

Te onthouden ?

 

Politiek verlof is een recht van de verkozen werknemer, waarvan de toepassingsmodaliteiten niet eenzijdig door de werkgever kunnen worden opgelegd.

 

Van zodra een werknemer zijn werkgever op de hoogte brengt van het feit dat hij verkozen is en dat hij van plan is om politiek verlof op te nemen, wordt hij beschermd tegen ontslag. De beschermingstermijn eindigt 6 maanden na het einde van zijn politiek mandaat.

 

Bron : Arbh. Brussel, 9 februari 2018, A.R. nr. 2015/AB/883, onuitgeg