Arbeidsongeval: een bevel van een leidinggevende is geen "plotselinge gebeurtenis"

31 aug 2018Arbeidsovereenkomst

De Arbeidsrechtbank van Luik, Afdeling Namen, heeft zich onlangs uitgesproken over de vordering van een werkneemster tot de erkenning van twee arbeidsongevallen. 

 

Volgens de werkneemster waren beide arbeidsongevallen het gevolg van het feit dat de werkgever zijn instructierecht had overschreden, hetgeen “psychologische schade” had veroorzaakt.

 

1.     De feiten 

 

Tussen een werkneemster en haar leidinggevende heerst een aanslepend conflict.

 

Uiteindelijk mondt dit conflict uit in een incident waarbij de werkneemster weigert een bevel van haar leidinggevende te respecteren. 

 

Vervolgens vindt er een gesprek plaats met de werkneemster, waarna de werkgever haar een officiële verwittiging ter kennis brengt. Onmiddellijk na het gesprek meldt de werkneemster zich arbeidsongeschikt.

 

De werkneemster daagt haar werkgever dan voor de rechter omdat zij het slachtoffer zou geweest zijn van twee arbeidsongevallen: het ene houdt verband met het incident, het andere met het gesprek dat daarop werd georganiseerd. Ze vordert een vergoeding voor de “psychologische schade” die zij stelt geleden te hebben.

 

2.     Het vonnis

 

Om te kunnen spreken van een "arbeidsongeval", is het vereist dat:

 

·      er zich tijdens de uitvoering van de arbeidsovereenkomst een plotselinge gebeurtenis heeft voorgedaan;

·      deze gebeurtenis schade heeft veroorzaakt.

 

De "stresssituatie" van een werknemer kan leiden tot een arbeidsongeval, op voorwaarde dat die kan toegeschreven worden aan een plotselinge gebeurtenis. De stress die inherent is aan de functie en de verantwoordelijkheden van de werknemer op zich, volstaat niet om van een arbeidsongeval te kunnen spreken.

 

Volgens de rechtbank is de uitoefening van het instructierecht van de werkgever op zich geen plotselinge gebeurtenis, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden (zoals bijvoorbeeld, verbaal geweld, bedreigingen, vernedering, enz.).

 

In dit geval bewijst de werkneemster niet dat er bijzondere omstandigheden waren. Voorts merkt de rechtbank op dat de werkneemster wist dat zij door haar houding een rechtmatig bevel van haar leidinggevende had genegeerd. 

 

Aangezien er geen sprake is van een plotselinge gebeurtenis, noch van een verband tussen deze gebeurtenis en enige schade, wijst de rechtbank de vordering als ongegrond af.

 

Te onthouden?

 

Bij arbeidsongevallen moet de werknemer in de eerste plaats aantonen dat er sprake is van een duidelijk aanwijsbare plotselinge gebeurtenis die hem heeft geschaad.

 

De rechtbank benadrukt in dit verband het volgende: "De logica van het systeem mag niet worden omgekeerd: het is niet omdat er sprake is van schade, dat deze noodzakelijk voortvloeit uit een plotselinge gebeurtenis. Integendeel, in de eerste plaats moet er bewijs geleverd worden van een gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt.

 

Bron: Arbrb. Luik (Afdeling Namen), 7 augustus 2018, A.R. nr. 17/511/A (het vonnis is niet definitief)