Discriminatie op het werk: kanker kan als een handicap beschouwd worden

19 maart 2018Reglementering

In een arrest van 20 februari 2018 oordeelde het Arbeidshof van Brussel dat kanker beschouwd kan worden als een "handicap", een criterium dat beschermd wordt door de antidiscriminatiewetgeving.

 

Hierdoor was de werkgever in principe verplicht om redelijke aanpassingen voor de zieke werknemer te treffen. 

 

 

1.         De feiten

 

Een werkneemster die als verkoopster in een winkel werkte, was arbeidsongeschikt tengevolge van kanker.

 

Na een lange periode van afwezigheid, gerechtvaardigd door de behandeling van haar ziekte, vroeg de werkneemster om progressief het werk te kunnen hervatten. Zowel haar behandelende geneesheer als de adviserende geneesheer van haar ziekenfonds achtten deze terugkeer naar het werk mogelijk.

 

De werkgever ging evenwel niet op dit verzoek in en ontsloeg de werkneemster met onmiddellijke ingang mits de betaling van een opzeggingsvergoeding.

 

De werkneemster betwistte haar ontslag, dat zij als discriminerend beschouwde. De onderneming rechtvaardigde haar beslissing aan de hand van verschillende argumenten:

 

  • de aanwerving van een nieuwe verkoopster vóór haar verzoek om het werk te hervatten en de onmogelijkheid om twee werknemers voor dezelfde functie in dienst te houden;
  • de evolutie en de uitbreiding van de taken voor deze functie tijdens haar afwezigheid, waarvoor een degelijke bijkomende opleiding noodzakelijk zou zijn;
  • etc.

 

De zaak komt uiteindelijk bij het Arbeidshof terecht.

 

2.         Beslissing Arbeidshof

 

Het Hof onderzoekt eerst of kanker beschouwd kan worden als een "handicap" in de zin van de antidiscriminatiewetgeving.

 

Volgens de rechtspraak van het Europees Hof van Justitie wordt een handicap gedefinieerd als "een gezondheidstoestand die voortvloeit uit een door een arts gediagnosticeerde geneeslijke of ongeneeslijke ziekte en wanneer deze ziekte leidt tot een beperking die onder meer het gevolg is van lichamelijke, geestelijke of psychische aandoeningen die in wisselwerking met diverse drempels de betrokkenen kunnen beletten volledig, daadwerkelijk en op voet van gelijkheid met andere werknemers aan het beroepsteven deel te nemen, en die beperking langdurig is (...)".

 

In deze zaak is het Arbeidshof van oordeel dat de ziekte van de werkneemster als "handicap" kan worden gekwalificeerd, omdat:

 

  • de ziekte haar gedurende een lange tijd (meer dan 21 maanden) verhinderd heeft om te kunnen werken;
  • zij door deze afwezigheid een opleiding had moeten volgen om haar werk opnieuw te kunnen uitoefenen;
  • in het C4-werkloosheidsbewijs verwezen werd naar het gebrek aan geschikt werk "voor deze werknemer", wat erop wijst dat er wel geschikt werk was, maar niet voor haar.

 

In tweede instantie stelt het Arbeidshof vast dat de werkgever geen redelijke aanpassingen heeft getroffen om de werkneemster in staat te stellen haar werk te hervatten. Volgens het Arbeidshof vormen maatregelen zoals een aangepaste werkmethode of het volgen van een opleiding om de gevolgen van de handicap op te vangen, op geen enkele wijze een "onredelijke last" voor de werkgever en hadden zij derhalve aan de werknemer moeten worden aangeboden.

 

Het Arbeidshof merkt voorts op dat:

 

  • de werkgever ten minste de tussenkomst van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer had kunnen vragen om voorstellen te doen in het kader van de progressieve werkhervatting van de werkneemster;
  • de werkgever in totaal 14 winkels heeft, hetgeen de werkgever in staat had moeten stellen om de werkneemster een passende job aan te bieden;
  • uit de door de onderneming gepubliceerde jaarrekeningen blijkt dat de financiële situatie van de werkgever goed was.

 

Het Arbeidshof besluit dat de door de werkneemster bijgebrachte bewijzen volstaan om te vermoeden dat er sprake is van discriminatie op grond van haar handicap. De werkgever heeft dit vermoeden niet weerlegd. De werkgever had dan ook redelijke aanpassingen moeten treffen, hetgeen hij niet heeft gedaan. Ten slotte was er geen “wezenlijke en bepalende beroepsvereiste” voorhanden om haar anders te behandelen dan een “valide” werknemer.

 

Het Arbeidshof veroordeelt de onderneming dan ook tot betaling van een forfaitaire schadevergoeding van zes maanden loon, overeenkomstig artikel 18 van de Antidiscriminatiewet.

 

Te onthouden?

 

Deze beslissing is opmerkelijk in die zin dat voor het eerst een Belgisch arbeidsgerecht oordeelt dat kanker een "handicap" kan uitmaken.

In navolging van de bestaande rechtspraak, is het ontbreken van de intentie om te discrimineren geen toelaatbare rechtvaardigingsgrond: de loutere kennis van de handicap volstaat om van de werkgever te eisen dat hij redelijke aanpassingen treft.

Indien dergelijke maatregelen niet worden genomen (in dit geval een progressieve werkhervatting met aanpassing van het arbeidsritme en het aanbieden van een aangepaste opleiding), stelt de de werkgever zich bloot aan de sancties voorzien in de antidiscriminatiewetgeving.

 

Bron

Arbh. Brussel, 20 februari 2018, A.R. 2016/1B/959

 

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met uw advocaat bij Sotra