Een handelsvertegenwoordiger moet effectief cliënteel bezoeken

27 apr 2018Ontslag

In een (onuitgegeven) arrest van 28 maart 2018 bevestigt het arbeidshof van Brussel dat de hoedanigheid van een handelsvertegenwoordiger noodzakelijk impliceert dat de hoofdactiviteit van de werknemer erin bestaat om potentiële klanten buiten het bedrijf te bezoeken.

In geval van betwisting moet de werknemer aantonen dat hij of zij hoofdzakelijk een dergelijke activiteit uitoefent.

 

      1. De feiten

 

Een werknemer wordt aangeworven als "verkoopsdirecteur" binnen een bedrijf dat digitale media-oplossingen commercialiseert. De verkoopsdirecteur staat aan het hoofd van de verkoopafdeling, superviseert een team van handelsvertegenwoordigers en bezoekt af en toe klanten en prospecten van het bedrijf.

 

Na zijn ontslag vordert hij de betaling van een uitwinningsvergoeding in zijn hoedanigheid van «handelsvertegenwoordiger ».

 

De werkgever betwist deze kwalificatie aangezien de werknemer slechts zeer sporadisch klanten bezocht of aan prospectie deed.

 

      2.   Beslissing van het Hof

 

Het Hof herinnert er eerst en vooral aan dat de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger noodzakelijkerwijs veronderstelt dat de hoofdactiviteit van de werknemer erin bestaat om het bedrijf te vertegenwoordigen in het kader van het bezoeken van klanten en prospecten buiten de onderneming.

 

Het begrip "bezoek" moet voldoen aan twee cumulatieve voorwaarden:

 

  • een rechtstreeks contact tussen de klant en de vertegenwoordiger;
  • het feit dat deze contacten buiten de onderneming plaatsvinden.

 

Bijgevolg vereist de activiteit van een handelsvertegenwoordiger een fysieke verplaatsing van de werknemer naar de klanten van de werkgever.

 

Het is aan de werknemer om aan te tonen dat aan deze voorwaarde is voldaan.

 

In deze zaak stelt het Hof vast dat de werknemer niet het “gebruikelijke karakter” bewijst van zijn klantenbezoeken. Voor het Hof is een gemiddelde van 2 tot 3 bezoeken per week onvoldoende. De werknemer brengt evenmin activiteitenverslagen of verplaatsingslijsten bij en legt zeer weinig parkeer- en restaurantkosten voor, wat wijst op geringe activiteit buiten het bedrijf.

 

Ten slotte wijst het Hof erop dat het feit dat de werknemer een variabele beloning ontving op basis van te behalen omzetdoelstellingen irrelevant is voor de beoordeling van de hoedanigheid van handelsvertegenwoordiger.

 

Te onthouden?

 

In tijden waarin steeds meer commerciële activiteiten vanuit de onderneming zelf uitgevoerd worden (in het bijzonder via internet en sociale netwerken), herinnert het arbeidshof van Brussel eraan dat de hoedanigheid van de "handelsvertegenwoordiger" noodzakelijkerwijs de regelmatige fysieke verplaatsing naar het cliënteel vereist. Hoewel dit aspect van het commerciële beroep tegenwoordig in bepaalde sectoren enigszins achterhaald lijkt, is de tekst van de wet van 3 juli 1978 ongewijzigd gebleven en moet deze strikt door de arbeidsgerechten toegepast worden.

 

Het Hof wijst er eveneens op dat wanneer er sprake is van « gemengde » activiteiten (binnen en buiten de onderneming), zoals vaak het geval is bij verkoopsdirecteuren, het aspect prospectie voldoende belangrijk moet zijn om de werknemer als handelsvertegenwoordiger te erkennen. Twee tot drie bezoeken per week lijken in dit verband onvoldoende te zijn.

 

Tot slot wordt de bestaande rechtspraak bevestigd op het punt dat de beloningswijze volstrekt irrelevant is, ook al lijkt het sterk op de manier waarop handelsvertegenwoordigers traditioneel beloond worden (commissieloon om omzetcijfers).

 

Bron: Arbeidshof Brussel, 28 maart 2018, A.R. nr. 2015/AB/1019, onuitgeg.