Kortere opzeggingstermijnen, burn-out en “deconnectie” van het werk

13 apr 2018Reglementering

De wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie werd op 30 maart 2018 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad.

 

Deze wet voorziet een aantal belangrijke nieuwigheden op arbeidsrechtelijk vlak, zoals kortere opzeggingstermijnen, de financiering van projecten ter preventie van burn-out, overleg over deconnectie van het werk op het niveau van het CPBW, alsook nieuwe regels rond starterjobs voor jongeren.

 

 

Hieronder wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste maatregelen die de wetgever heeft genomen ter vrijwaring van het concurrentievermogen en de werkgelegenheid.

 

      1.   Nieuwe opzeggingstermijnen

 

Er gelden nieuwe opzeggingstermijnen voor ontslagen gegeven vanaf 1 mei 2018 indien de werkgever tijdens de eerste 6 maanden van de arbeidsrelatie overgaat tot ontslag.

 

De nieuwe opzeggingstermijnen worden verkort ten opzichte van de huidige opzeggingstermijnen en zullen als volgt progressief verhoogd worden tot aan de 6e maand anciënniteit:

 

Anciënniteit van de werknemer

Na te leven opzeggingstermijnen

– dan 3 maanden

  1 week

van 3 maanden tot – dan 4 maanden

  3 weken

van 4 maanden tot – dan 5 maanden

  4 weken

van 5 maanden tot – dan 6 maanden

  5 weken

van 6 maanden tot – dan 9 maanden

  6 weken

van 9 maanden tot – dan 12 maanden

  7 weken

van 12 maanden tot – dan 15 maanden

  8 weken

van 15 maanden tot – dan 18 maanden

  9 weken

van 18 maanden tot – dan 21 maanden

  10 weken

van 21 maanden tot – dan 24 maanden

  11 weken

Van 2 jaar tot – 3 jaar

  12 weken

Van 3 jaar tot – 4 jaar

  13 weken

Van 4 jaar tot – 5 jaar

  15 weken

 

      2.   Opheffing van het algemene verbod op het inzetten van uitzendkrachten in bepaalde sectoren

 

De wet van 24 juli 1987 betreffende tijdelijke arbeid, uitzendarbeid, en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers voorzag vroeger de mogelijkheid om de tewerkstelling van uitzendkrachten in bepaalde sectoren te verbieden.

 

De wet werd aangepast. Voortaan zijn de bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten die voorzien in een algemeen verbod tot inzet van uitzendkrachten in bepaalde sectoren verboden. Bijgevolg is uitzendarbeid toegestaan in de gehele privésector.

 

Deze wijziging is in werking getreden op 9 april 2018.

 

      3.   Projecten ter preventie van burn-out

 

Projecten voor de preventie van burn-out mogen voortaan gefinancierd worden met de opbrengsten uit werkgeversbijdragen van 0,10% voor risicogroepen.

 

Het is evenwel nog wachten op een koninklijk besluit ter uitvoering van deze nieuwe wettelijke bepaling, dewelke met terugwerkende kracht in werking trad op 1 januari 2018.

 

      4.   Overleg over deconnectie en gebruik van digitale communicatiemiddelen

 

Met het oog op het verzekeren van de naleving van de rusttijden, de jaarlijkse vakantie en andere verlofdagen van de werknemers en ter vrijwaring van de balans tussen werk- en privéleven, voorziet de wet dat de werkgever op regelmatige tijdstippen en telkens wanneer de werknemersvertegenwoordigers erom verzoeken, een overleg binnen het CPBW organiseert over deconnectie van het werk en het gebruik van digitale communicatiemiddelen.

 

Het CPBW kan op basis van dit overleg aan de werkgever voorstellen formuleren en adviezen uitbrengen.

 

De afspraken die in voorkomend geval voortvloeien uit dit overleg kunnen in het arbeidsreglement ingevoerd worden of in een CAO opgenomen worden.

 

Deze nieuwe regels zijn in werking getreden op 9 april 2018.

 

      5.   Starterjobs voor jongeren

 

Werkgevers mogen, onder bepaalde voorwaarden, jongeren zonder werkervaring die jonger dan 21 jaar zijn, in dienst te nemen tegen een brutoloon onder het minimumloon, zonder dat dit leidt tot een verlaging van het nettoloon van de betrokken jonge werknemer.

 

In dergelijke gevallen zal de werkgever aan de jonge werknemer een forfaitair supplement moeten betalen, dat bij koninklijk besluit zal worden vastgesteld bovenop het verlaagde loon. Deze aanvulling is vrijgesteld van socialezekerheidsbijdragen en belastingen. De wet voorziet in een fiscale compensatie voor de werkgever.

 

Deze nieuwe bepalingen treden in werking op 1 juli 2018 en zijn alleen van toepassing op overeenkomsten die vanaf die datum gesloten worden.

 

Te onthouden?

 

De wet betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie bevat nieuwe sociale maatregelen die werkgevers en het bedrijfsleven direct aanbelangen. Het gaat hierbij onder meer om de invoering van kortere opzeggingstermijnen, de financiering van projecten ter voorkoming van burn-out, overleg over deconnectie van het werk op het niveau van het CPBW en nieuwe regels rond starterjobs voor jongeren.

 

Wij merken evenwel op dat het initiële wetsvoorstel eveneens voorzag in bepalingen betreffende de fiscale en sociale vrijstelling voor bijverdiensten tot 500 euro per maand die voortvloeien uit activiteiten in het kader van verenigingswerk, occasionele diensten tussen burgers of de deeleconomie. Deze bepalingen werden niet opgenomen in de aangenomen wettekst.

 

Bron

 

Wet van 26 maart 2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie, B.S., 30 maart 2018.