Een ontslag op grond van ziekteverleden is niet per definitie discriminatoir

03 aug 2018Reglementering

De Franstalige Arbeidsrechtbank van Brussel oordeelde onlangs dat het ontslag van een werknemer, dat gebaseerd was op veelvuldige afwezigheden, geen discriminatie uitmaakt. 

De rechtbank onderzocht het bij wet beschermde criterium "huidige of toekomstige gezondheidstoestand".

 

De feiten 

 

Een onderneming, een groothandel in vleeswaren, ontslaat een arbeider. Het ontslag wordt gerechtvaardigd door het "buitensporige ziekteverzuim" van de werknemer.

 

Op basis van de ontslagreden die op zijn C4 formulier vermeld werd, meent de werknemer dat hij ongustig behandeld werd omwille van zijn gezondheidstoestand, hetgeen volgens hem discriminerend is. 

 

Bijgevolg start hij een procedure voor de arbeidsrechtbank en vordert hij de beschermingsvergoeding die voorzien is in de "antidiscriminatiewet" van 10 mei 2007. 

 

De beslissing

 

De rechtbank onderzoekt de draagwijdte van het criterium "huidige of toekomstige gezondheidstoestand", dat beschermd wordt door de bovenvermelde wet en dat in deze zaak door de werknemer wordt ingeroepen.

 

Uit de voorbereidende werken van de wet blijkt dat de wetgever met dit criterium in het bijzonder werknemers heeft willen beschermen die aan een degeneratieve ziekte lijden, waarvan de diagnose reeds vaststaat op het moment van indienstreding, maar die de werknemer op dat moment niet ongeschikt maken om de functie uit te oefenen.

 

In deze zaak beantwoordt de situatie van de werknemer, hoewel problematisch, niet aan deze hypothese. 

 

Het feit dat het ontslag gerechtvaardigd wordt door de veelvuldige afwezigheid van de werknemer, doet niet vermoeden dat er sprake is van discriminatie. 

 

De rechtbank merkt overigens op dat de werknemer op het moment van het ontslag in staat was om zijn functie uit te oefenen en dat de werkgever geen informatie had over zijn huidige of toekomstige gezondheidstoestand. 

 

Te onthouden?

 

In deze zaak houdt de rechtbank er een letterlijke interpretatie van de "antidiscriminatiewet" op na : "het ziekteverleden" is als dusdanig geen beschermd criterium.

 

Het ontslag van een werknemer op grond van zijn ziekteverleden werd in deze zaak bijgevolg niet als discriminatoir beschouwd.

 

Deze uitspraak ligt in de lijn van recente rechtspraak (meer bepaald Arbh. Brussel 17 januari 2017, A.R. 2015/AB/291; Arbh. Luik 18 juli 2017, A.R. 2016/AL/484), waarin geoordeeld werd dat een werkgever zich op het ziekteverleden van een werknemer mag baseren bij een ontslag.

 

Bron: Arbrb. (fr.) Brussel 14 juni 2018, A.R. 17/3212/A, onuitgeg.(definitief vonnis).