Publieke sector: een vakbondsafgevaardigde kan zich niet alles veroorloven

25 mei 2018Publieke sector

Zowel in de privé- als in de publieke sector mag een vakbondsafgevaardigde niet ontslagen of benadeeld worden omwille van de uitoefening van zijn mandaat.

 

In een recent arrest heeft de Raad van State de draagwijdte van deze bescherming beperkt tot de normale uitoefening van syndicale prerogatieven.

 

Artikel 87 van het Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel, bepaalt dat een vakbondsafgevaardigde niet onderworpen mag worden aan een tuchtsanctie, schorsing in het belang van de dienst, ontslag van ambtswege of afdanking, omwille van handelingen die hij in die hoedanigheid heeft verricht en die rechtstreeks verband houden met de door hem uitgeoefende prerogatieven.

 

Impliceert deze bescherming dan dat een afgevaardigde om het even welke handelingen in de uitoefening van zijn mandaat mag stellen, met inbegrip van het uiten van beledigingen en verbaal geweld of het aannemen van een provocerende en arrogante houding?

 

In een arrest van 20 februari 2018 oordeelt de Raad van State alvast van niet.

 

1. De feiten

 

In deze zaak deinsde een vakbondsafgevaardigde er niet voor terug om tijdens een stormachtige vergadering de algemeen directrice van de gemeente die hem tewerkstelde, verbaal aan te vallen en de burgemeester te beledigen door haar "gek", " een leugenaar" en "ziek" te noemen. Op een gegeven moment verliet hij de vergadering en ging naar de woning van de directrice, waar hij de buurt tegen de directrice probeerde op te zetten en foto's nam, en waarbij hij een resem scheldwoorden uitte.

 

Naar aanleiding van deze gebeurtenis legde de gemeente de disciplinaire sanctie van een terugzetting in graad op. De vakbondsafgevaardigde stelde bij de Raad van State een beroep tot vernietiging in tegen deze tuchtsanctie.

 

2. Beslissing van de Raad van State

 

Volgens de Raad van State gingen de houding en de opmerkingen van de betrokkene de grenzen van de normale uitoefening van zijn mandaat als vakbondsafgevaardigde te buiten. De feiten vallen dus niet onder de bescherming van vakbondsafgevaardigden en de vrijheid van meningsuiting.

 

De Raad van State voegt hieraan toe dat het statuut van vakbondsafgevaardigde, een ambtenaar niet ontslaat van de plicht om zich steeds waardig op te stellen. Tevens moet hij zich onthouden van het uiten van insinuaties, neerbuigende of beledigende opmerkingen, dewelke de reputatie van zijn collega’s en hiërarchische meerderen of het vertrouwen dat de bevolking in de overheid dient te hebben, kunnen beschadigen.

 

Bovendien had de ambtenaar bij het verlaten van de vergadering onmiddellijk de dienst moeten hervatten omdat zijn syndicaal verlof enkel op de vergadering betrekking had, hetgeen hij niet gedaan heeft.

 

De Raad van State wees het beroep tot nietigverklaring bijgevolg af.

 

Te onthouden?

 

De Raad van State heeft zich reeds meermaals uitgesproken over onaangepast gedrag van bepaalde vakbondsafgevaardigden in de publieke sector.

 

Met een strikte interpretatie van de "handelingen die verband houden met de uitoefening van het vakbondsmandaat", benadrukte de Raad van State dat een vakbondsafgevaardigde enkel voor de handelingen die hij in deze hoedanigheid verricht en die rechtstreeks verband houden met de door hem uitgeoefende prerogatieven, de bescherming geniet van artikel 87 van het koninklijk besluit van 28 september 1984. 

 

Wij herinneren eraan dat deze prerogatieven als volgt gedefineerd worden in artikel 16 van de voornoemde wet van 19 december 1974:

 

  1. tussenkomen ten aanzien van de overheid in het gemeenschappelijk belang van het personeel of in het bijzonder belang van een personeelslid;
  2. een personeelslid bijstaan die zijn daden vóór een administratieve overheid moet verantwoorden;
  3. berichten in de lokalen van de dienst uithangen;
  4. documentatie van algemene aard in ontvangst nemen betreffende het personeel dat zij vertegenwoordigen.

 

De Raad van State had reeds beslist dat de vakbondsafgevaardigde niet handelde in het kader van deze prerogatieven aangezien hij zijn eigen belangen en niet die van een aangeslotene verdedigde.

 

In het besproken arrest gaat de Raad van State naar onze mening nog verder door te oordelen dat, zelfs wanneer hij formeel handelt in het kader van zijn vakbondsmandaat, artikel 87 van het Koninklijk besluit van 28 september 1984 de vakbondsafgevaardigde geen volledige immuniteit verleent. Dit wordt aan de vakbondsafgevaardigde slechts toegekend voor zover hij binnen de limieten van de "normale" uitoefening van zijn mandaat blijft. Niet alles is dus toegestaan.

 

Bron : RvS (8e kamer), 20 februari 2018, nr. 240.757, Tournay-Dufrenne