SOCIALE DUMPING: Een A1-verklaring is niet langer onaantastbaar!

19 feb 2018Internationaal

In een arrest van 6 februari 2018, heeft het Europees Hof van Justitie zich uitgesproken over een prejudiciële vraag betreffende de mogelijkheid voor de rechter van de ontvangststaat om de door de zendstaat afgeleverde A1-verklaring van een gedetacheerde werknemer ter zijde te schuiven.

 

1. De feiten

 

Een aantal Bulgaarse ondernemingen detacheren Bulgaarse bouwvakkers naar België om hier op werven tewerkgesteld te worden. 

Deze werknemers beschikken over een E101- verklaring (thans A1-verklaring) uitgegeven door de Bulgaarse bevoegde autoriteit.  Zij betalen dus geen RSZ-bijdragen in België, maar enkel in Bulgarije.

 

De sociale inspectie vermoedt dat de detacheringsvoorwaarden niet vervuld zijn en dat er sprake is van “sociale dumping”.  Er wordt een strafonderzoek opgestart tegen de ondernemingen.  In dat kader stelt een rogatoire onderzoekscommissie in Bulgarije vast dat de detacheringsvoorwaarden inderdaad niet vervuld zijn.  Zo hebben de firma’s o.a. geen substantiële activiteiten in Bulgarije.

 

De sociale inspectie richt een gemotiveerd verzoek tot heroverweging van de E101-verklaringen aan de Bulgaarse bevoegde instanties, maar een reactie blijft in eerste instantie uit.

 

In het kader van de daaropvolgende strafprocedure, stelt het Belgische Hof van Cassatie een prejudiciële vraag aan het Europees Hof van Justitie omtrent de mogelijkheid voor de nationale rechter om de A1-verklaring ter zijde te schuiven indien deze frauduleus bekomen werd.

 

2. De beslissing van het Europees Hof van Justitie

 

Het Hof bevestigt dat het verbod op fraude en rechtsmisbruik algemene rechtsbeginselen zijn binnen het unierecht. 

Volgens het Hof berust de vaststelling van fraude op een objectief en een subjectief element.  Het objectief element betreft het niet verenigd zijn van de detacheringsvoorwaarden.  Het subjectief element betreft het intentioneel achterhouden van informatie of het bewust foutief voorstellen van de situatie om zo de voorwaarden voor het bekomen van de A1-verklaring te omzeilen en een onrechtmatig voordeel te verkrijgen.

 

Volgens het Hof zijn de Europese lidstaten op basis van artikel 4, lid 3 van unieverdrag gehouden tot een loyale samenwerking. 

 

Wanneer de bevoegde autoriteit dan ook objectieve elementen die wijzen op fraude meedeelt aan de bevoegde autoriteit van de zendstaat met de vraag om de A1-verklaringen te heroverwegen, dan moet deze bevoegde autoriteit daar binnen een redelijke termijn een nuttig gevolg aan geven.  Gebeurt dit niet, dan mag de nationale rechter de A1-verklaringen buiten beschouwing laten, op voorwaarde dat de rechten van verdediging gerespecteerd worden.

 

Te onthouden

 

Door dit arrest krijgt de strijd tegen sociale dumping meer slagkracht omdat de rechter van de ontvangststaat een A1-verklaring van de bevoegde autoriteit van de zendstaat buiten beschouwing kan laten indien:

  • vaststaat dat deze verklaring frauduleus bekomen werd en
  • de bevoegde autoriteit van de zendstaat niet binnen een redelijke termijn een nuttig gevolg geeft aan het verzoek van de ontvangststaat om de toekenning van de A1-verklaring te heroverwegen.

 

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met uw advocaat bij Sotra

 

Wij letten erop om u informatie te bezorgen die correct, precies en nauwkeurig is. Echter, onderhavige nieuwsbrief is geen juridisch advies en brengt dus niet onze verantwoordelijkheid met zich. Deze brief is onderworpen aan het auteursrecht en kan niet worden hernomen noch worden verspreid voor commerciële doelstellingen zonder onze toestemming © Sotra, 2018.