De wet “Cash for car” is gepubliceerd in het Belgisch staatsblad

17 mei 2018Loon

Bedrijven kunnen vanaf nu het systeem van de mobiliteitsvergoeding implementeren. Werknemers kunnen voortaan onder bepaalde voorwaarden hun bedrijfswagen inruilen voor een maandelijkse mobiliteitsvergoeding.

 

De wet tot invoering van de mobiliteitsvergoeding treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2018.

 

1. Wat is de bedoeling van de maatregel?

 

Via deze nieuwe maatregel wil men het mogelijk maken om een door de werkgever ter beschikking gestelde bedrijfswagen in te leveren voor een maandelijkse cash-vergoeding die fiscaal, parafiscaal en arbeidsrechtelijk een gelijkaardig statuut heeft als het voordeel in natura dat voor de bedrijfswagens geldt.

 

2. Wie kan er gebruik maken van de maatregel?

 

Zowel in hoofde van de werkgever als in hoofde van de werknemer moeten er bepaalde voorwaarden vervuld zijn opdat er gebruik zou kunnen gemaakt worden van deze maatregel.

 

  • De werkgever

 

Enkel werkgevers die reeds gedurende een periode van minstens 36 maanden aan één of meerdere werknemers een bedrijfswagen ter beschikking stellen, kunnen deze maatregel voorzien.

 

Afwijkende voorwaarden zijn voorzien voor ‘jonge bedrijven’ die nog geen 3 jaar bestaan.

 

  • De werknemer

 

Enkel werknemers die in de loop van de 36 maanden voorafgaand aan de aanvraag gedurende ten minste 12 maanden over een bedrijfswagen beschikt hebben, waarvan een ononderbroken periode van 3 maanden op het moment van de aanvraag, kunnen in aanmerking komen voor de mobiliteitsvergoeding.

 

3. Hoe verloopt de toekenning van de mobiliteitsvergoeding in de praktijk?

 

De mogelijkheid om gebruik te maken van een mobiliteitsvergoeding is gebaseerd op vrijwilligheid.  Noch de werkgever, noch de werknemer kunnen verplicht worden om van het systeem gebruik te maken.

 

Concreet zal de mogelijkheid tot de toekenning van de mobiliteitsvergoeding als volgt verlopen:

 

  • Stap 1: De werkgever voert het systeem in.  Hij kan daarbij de voorwaarden en criteria vastleggen waaraan de werknemer moet voldoen opdat hij zijn bedrijfswagen zou kunnen inruilen voor de mobiliteitsvergoeding;
  • Stap 2: De werknemer richt een schriftelijke aanvraag tot de werkgever om gebruik te kunnen maken van de mogelijkheid om zijn bedrijfswagen in te ruilen voor een mobiliteitsvergoeding;
  • Stap 3: De werkgever weigert of aanvaardt schriftelijk de aanvraag;
  • Stap 4: Indien de werkgever de aanvraag aanvaardt, maakt de mobiliteitsvergoeding automatisch deel uit van de contractuele arbeidsvoorwaarden.  De toekenning van de mobiliteitsvergoeding moet het voorwerp uitmaken van een schriftelijke overeenkomst die beschouwd zal worden als een “sociaal document”.

 

De wet voorziet verder in concrete regels die van toepassing zullen zijn indien een werknemer van werkgever verandert.

 

Bijvoorbeeld:

 

  • De werknemer die over een mobiliteitsvergoeding beschikt, gaat aan de slag bij een nieuwe werkgever waar er eveneens een mobiliteitsvergoeding bestaat: De werknemer moet dan binnen de maand een aanvraag indienen om zijn mobiliteitsvergoeding te kunnen behouden.
  • De werknemer die over een bedrijfswagen beschikt en voldoet aan de toelatingsvoorwaarden voor een mobiliteitsvergoeding, stapt over naar een werkgever waar er een mobiliteitsvergoeding bestaat: De werknemer moet dan binnen de maand een aanvraag indienen om van een mobiliteitsvergoeding te kunnen genieten.
  • Een werknemer met een bedrijfswagen die nog niet aan de toelatingsvoorwaarden voldoet, stapt over naar een nieuwe werkgever: De werknemer kan het deel van de reeds doorlopen wachttermijn bij de vorige werkgever laten meetellen om op termijn in aanmerking te komen voor de toekenning van de mobiliteitsvergoeding bij de nieuwe werkgever.

 

4. Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding

 

Het bedrag van de mobiliteitsvergoeding is gebaseerd op de cataloguswaarde van de bedrijfswagen. 

 

Indien men in de wachttermijn van 12 maanden over verschillende wagens beschikte, dient de waarde genomen te worden van de wagen waarover men het langste beschikte.

 

Het bedrag is gelijk aan:

  • 20% van 6/7 van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen indien de werknemer geen tankkaart genoot;
  • 24% van 6/7 van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen indien de werknemer wel over een tankkaart beschikte;

 

Indien de werknemer een persoonlijke bijdrage betaalde voor de bedrijfswagen, wordt deze persoonlijke bijdrage in mindering gebracht van het mobiliteitsbudget.

 

De mobiliteitsvergoeding ligt vast voor de verdere loopbaan en kan dus niet aangepast worden in het geval van bijvoorbeeld een promotie.

 

5. Het arbeidsrechtelijk-, RSZ- en fiscaal statuut van de mobiliteitsvergoeding

 

In de eerste plaats wordt voorzien dat de toekenning van de mobiliteitsvergoeding arbeidsrechtelijk een gelijke behandeling heeft als het voordeel van het privégebruik van de wagen.  Dit betekent bijvoorbeeld dat de vergoeding doorbetaald moet worden in periodes van gewaarborgd loon en ook meetelt bij de berekening van de opzeggingsvergoeding.  Anderzijds wordt het bedrag van de mobiliteitsvergoeding niet in rekening gebracht om bijvoorbeeld het overloon, het vakantiegeld of de eindejaarspremie te berekenen.

 

De mobiliteitsvergoeding is niet onderworpen aan de gewone RSZ-bijdragen.  De werkgever die een mobiliteitsvergoeding toekent zal evenwel een bijzondere solidariteitsbijdrage moeten betalen die gelijk is aan het laatst geldende bedrag van de CO2-solidariteitsbijdrage die berekend werd voor de bedrijfswagen die vervangen wordt door de mobiliteitsvergoeding.

 

De mobiliteitsvergoeding wordt fiscaal beschouwd als een voordeel alle aard.  Het belastbaar voordeel op jaarbasis is gelijk aan 4% van 6/7 van de cataloguswaarde van de bedrijfswagen op het ogenblik van de vervanging. De eventuele persoonlijke bijdrage van de werknemer wordt wel in mindering gebracht van het belastbaar voordeel. 

 

6. Cumul met andere woon-werk vergoedingen?

 

De mobiliteitsvergoeding kan niet gecumuleerd worden met de fiscale vrijstellingen van woon-werkvergoedingen.  Er geldt hierop evenwel een uitzondering voor de werknemers die samen met hun bedrijfswagen reeds genoten van een fiscaal vrijgestelde verplaatsingsvergoeding voor woon-werkverkeer (400 EUR per jaar – bedrag van toepassing in 2018).

 

7. Bijkomende opmerkingen

 

Tot slot kan nog gewezen worden op de volgende bijzonderheden:

 

  • de toekenning van de mobiliteitsvergoeding is enkel mogelijk indien de werknemer zowel de wagen als alle daaraan verbonden voordelen, zoals bijv. de tankkaart, winterbanden etc. inlevert;
  • een werknemer die zijn bedrijfswagen destijds bekomen heeft door een deel van zijn loon of voordelen in te leveren, komt niet in aanmerking voor het systeem;
  • de toekenning van de mobiliteitsvergoeding houdt geen verbod in om woon-werk verplaatsingen met de eigen wagen af te leggen;
  • De toekenning van een mobiliteitsvergoeding is niet definitief, zodat een werknemer mits het akkoord van de werkgever, op termijn terug zou kunnen kiezen voor een bedrijfswagen;

 

Wat te onthouden?

 

Met instemming van de werkgever kan de werknemer de hem ter beschikking gestelde bedrijfswagen inleveren in ruil voor een maandelijkse mobiliteitsvergoeding die door de werkgever wordt betaald.

 

De werkgever is op deze vergoeding een solidariteitsbijdrage verschuldigd. Fiscaal gezien wordt de mobiliteitsvergoeding behandeld als een voordeel alle aard, waarop een bedrijfsvoorheffing moet worden ingehouden. De waarde van dit voordeel alle aard wordt forfaitair bepaald.

 

Werkgevers en werknemers die dat wensen, kunnen de bedrijfswagen nu omzetten in een mobiliteitsvergoeding.

 

Bron: Wet van 30 maart 2018 tot invoering van een mobiliteitsvergoeding, B.S. 7 mei 2018, blz. 38264 e.v.