COVID-19 : nieuwe specifieke maatregelen voor de federale overheidsdiensten

29 apr 2020Publieke sector

Op 22 april heeft de regering nieuwe maatregelen genomen om een antwoord te bieden op de moeilijkheden die de Covid-19 crisis heeft veroorzaakt in de werking van de federale overheidsdiensten (interne procedures, continuïteit van de dienst, enz.). Daarnaast wordt een betere spreiding van het personeel beoogt, om zo tegemoet te komen aan de dringende noden die de crisis heft veroorzaakt. Hieronder kan u een korte beschrijving van deze maatregelen vinden.

1) Schorsing van termijnen en procedures

Wordt van rechtswege geschorst met ingang vanaf 18 maart 2020 : 

• De bindende termijnen die zijn opgenomen in de reglementaire bepalingen betreffende het statuut van de personeelsleden, met uitzondering van de termijnen voor de selectie ;  

• De procedures voor de beroepscommissies inzake evaluatie, met uitzondering van de termijnen voor het indienen van een vraag of beroep bij een beroepscommissies ; 

• De tuchtprocedures, met uitzondering van de verjaringstermijn.

2) Verplaatsingskostgen

Een woon-werkvergoeding wordt toegekend aan personeelsleden :

• die zich om dienstredenen en op verzoek van hun hiërarchische meerdere naar hun werkplaats moet verplaatsten, en

• die geen gebruik kunnen of willen maken van het openbaar vervoer.

De mogelijkheid om gratis gebruik te maken van het openbaar vervoer, hetgeen het geval is voor het merendeel van het personeel, zal in dit geval en zolang de crisis voortduurt geen belemmering meer vormen voor de toekenning van deze vergoeding, op voorwaarde dat dit wordt aangevraagd.

3) Herverdeling van het werk

Wanneer telewerk onmogelijk is en de aanwezigheid op de werkplaats niet cruciaal of noodzakelijk wordt geacht, dan moet de hiërarchische meerdere van het personeelslid andere taken toewijzen, die - voor zover mogelijk - verband houden met zijn of haar functie en die in de woonplaats uitgevoerd kunnen worden (bv. e-training, lezen, enz.). Indien dit onmogelijk is, dan kan dienstvrijstelling worden toegekend. 

Deze dienstvrijstelling belet het personeelslid niet om een terbeschikkingstelling aan te vragen of dat hij automatisch ter beschikking wordt gesteld van een andere dienst.

4) Terbeschikkingstelling

Om tegemoet te komen aan de personeelsbehoeften die het gevolg zijn van de Covid-19 crisis, stimuleert en organiseert de regering nieuwe vormen van terbeschikkingstelling van personeel (statutair en contractueel):

• Diensten die dringend behoefte hebben aan extra personeel (bv. CAPAC) moeten bij voorrang gebruik maken van terbeschikkingstelling. Indien niet op vrijwillige basis in deze behoeften kan worden voorzien, dan kan de leidend ambtenaar beslissen om een personeelslid ambtshalve ter beschikking te stellen voor een verlengbare periode van drie maanden in een functie van dezelfde klasse of dezelfde graad;

• Een personeelslid die tot een medische dienst behoort, kan verzoeken om ter beschikking te worden gesteld van een openbare of privé-instelling voor gezondheidszorg die daarom vraagt, na toestemming van zijn federale dienst. De leidend ambtenaar kan ook besluiten om één of meer van zijn of haar personeelsleden die een medische functie vervullen, ambtshalve ter beschikking te stellen van deze instellingen. In alle gevallen neemt de federale dienst de kosten van de terbeschikkingstelling op zich.

• Mandaathouders kunnen ter beschikking worden gesteld van de Economic Risk management Group, mits die laatste en de mandaathouder en zijn federale dienst daarmee instemmen.

Naar aanleiding van een opmerking van de Raad van State heeft de Regering verduidelijkt dat de eerste twee vormen van terbeschikkingstelling zullen worden toegepast op contractueel personeel "onverminderd de dwingende bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten". Het probleem dat de Raad van State opwerpt, vindt volgens ons echter zijn oorsprong in een andere norm, nl. artikel 31 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers. Deze wet verbiedt de terbeschikkingstelling van werknemers, tenzij er een uitzondering kan worden toegepast. Deze regelgeving werd ondertussen evenwel versoepeld door het Koninklijk besluit nr. 14 van 27 april 2020, waardoor werkgevers hun werknemers ter beschikking kunnen stellen van cruciale of essentiële sectoren om het hoofd te bieden aan de gevolgen van de epidemie. Aan deze vorm van terbeschikkingstelling zijn echter bepaalde voorwaarden verbonden, waaronder het sluiten van een tripartiete overeenkomst voor aanvang van de terbeschikkingstelling. In ieder geval een werknemer niet tegen zijn wil ter beschikking gesteld worden van een andere werkgever.


5) Arbeidsduur

De Regering wil het gebruik van overuren en zondagsarbeid in de federale overheidsdiensten vergemakkelijken - en tot op zekere hoogte regulariseren (de bepalingen van het besluit traden in werking op 18 maart 2020) - door gebruik te maken van verschillende mogelijkheden die zijn vastgelegd in de wet van 14 december 2000 tot vaststelling van een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd in de overheidssector. 

Enerzijds staat het besluit afwijkingen toe - tot en met 31 december 2020 - van de maximale arbeidsduur van 50 uur per week in de volgende diensten:

• de operationele eenheden en nood- en hulpcentrales van de Civiele Veiligheid;

• de centra en Bureau T van de Dienst Vreemdelingenzaken;

• de diensten van de Algemene Administratie van Douane en Accijnzen.

Anderzijds wordt de termijn van 14 dagen aangepast waarbinnen de overheid inhaalrust moet toekennen aan werknemers die extra en/of zondagsarbeid hebben verricht, tot een periode tot en met 31 december 2020. 

We stellen vast dat de Regering duidelijk de bedoeling had om de toepassing van deze versoepeling te beperken tot de federale diensten (zie verslag aan de Koning), maar dat deze verduidelijking niet voorkomt de eigenlijke tekst van het besluit…

Deze twee aanpassingen zijn niet van toepassing op personeelsleden die hun bijkomende uren hebben verricht via telethuiswerk.

Bron : koninklijk besluit van 22 april 2020 houdende bijzondere maatregelen voor de personeelsleden van het federaal openbaar ambt in het kader van de gezondheidscrisis ten gevolge van het coronavirus COVID-19, B.S., 24 april 2020.