Gerechtelijke reorganisatie : De overnemer mag kiezen wie hij behoudt, maar moet dit motiveren

07 mei 2021Collectief arbeidsrecht

In een principearrest oordeelt het Arbeidshof van Hasselt dat een overnemer niet alle werknemers moet overnemen in het kader van een gerechtelijke reorganisatie, maar wel dat deze keuze (in principe voorafgaandelijk) gemotiveerd moet worden.

1.    Context

Een bedrijf in moeilijkheden draagt in het kader van een gerechtelijke reorganisatie, haar activiteiten en activa over aan een andere onderneming. Niet al het personeel wordt mee overgenomen, op grond van de wettelijke bepalingen die aan de kandidaat-overnemer de keuze laten om te bepalen welke werknemers hij al dan niet wenst over te nemen. 

Een werkneemster die niet mee overgenomen werd en in het kader van het faillissement van haar werkgever ontslagen werd, vecht haar ontslagbeslissing aan. 

De zaak komt voor het Arbeidshof te Hasselt dat een prejudiciële vraag stelt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie komt tot de conclusie dat de Belgische regelgeving in strijd is met het Europees recht inzake de overgang van ondernemingen (Richtlijn 2001/23/EG). 

Na dit Arrest komt de zaak opnieuw voor het Arbeidshof te Hasselt, dat zich buigt over de vraag of de ontslagen werkneemster recht heeft op een schadevergoeding als gevolg van de foutieve omzetting van de Europese richtlijn in het Belgisch recht. 

2.    Beslissing van het Arbeidshof van Hasselt 

In het besproken arrest staat enkel de aansprakelijkheid van de Belgische Staat ter discussie, aangezien de werkneemster ondertussen afstand van rechtsvordering had gedaan ten aanzien van de overnemende onderneming. 

Verwijzend naar de uitspraak van het Hof van Justitie, benadrukt het Arbeidshof vooreerst dat de Belgische wetgeving het Europees recht schendt: 

  • niet omdat het de overnemer een keuzerecht geeft op basis van “economische, technische of organisatorische redenen”;
  • maar wel omdat de overnemer wettelijk niet verplicht is om deze keuze voorafgaandelijk te motiveren. Het ontbreken van deze motiveringsplicht houdt volgens het Hof van Justitie te weinig waarborgen in voor de rechten van de werknemers.

Het Arbeidshof stelt vast dat de werkneemster niet kan bewijzen dat, indien de Belgische regeling voldoende waarborgen had voorzien, de overnemer haar sowieso had moeten overnemen. Bijgevolg wijst het Arbeidshof de vordering tot betaling van een schadevergoeding gelijk aan de wettelijke opzeggingsvergoeding af. Aangezien er slechts sprake is van een “verlies van een kans”, wordt de Belgische Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van 1.000 EUR ex aequo et bono.

Te onthouden?

In geval van een overgang van onderneming onder gerechtelijk gezag, kan een overnemer nog steeds kiezen welke werknemers hij wenst over te nemen, op voorwaarde dat deze keuze verantwoord kan worden op grond van economische, technische of organisatorische redenen die geen verband houden met de overgang van onderneming.

Bron: Arbeidshof van Antwerpen, afdeling Hasselt, 24 maart 2021, A.R. 2016/AH/191; https://www.rechtbanken-tribunaux.be/