Ontslag om dringende reden: een voorafgaand onderzoek tast de tijdigheid van het ontslag niet aan

11 sept 2020Ontslag

Voordat de werkgever overgaat tot ontslag wegens dringende reden, kan hij een onderzoek uitvoeren om zo voldoende zekerheid over de tekortkomingen van de werknemer te krijgen. Pas na afloop van dit onderzoek begint de driedagentermijn voor het ontslag om dringende reden te lopen.


De feiten

Een werknemer oefent de functie van bewaker uit in een bewakingsbedrijf. 

Bij elke aankomst of vertrek van zijn werkpost dient de werknemer zich te identificeren door een persoonlijke code in te voeren op zijn vaste telefoon.

De werknemer wordt wegens dringende reden nadat de volgende feiten aan het licht waren gekomen:

  • Dag X (= datum van de feiten): omdat hij te laat zal aankomen op het werk, vraagt de werknemer aan zijn collega om hem als aanwezig te registeren. Hij deelt alzo zijn persoonlijke code mee aan zijn collega en tracht zijn laattijdige aankomst te verdoezelen;
  • Dag X+2: de collega informeert de werkgever en dezelfde dag wordt een intern onderzoek opgestart. Hieruit blijkt dat er geen anomalieën zijn inzake de identificatiegegevens;
  • Dag X+10: de werkgever hoort werknemer omtrent de feiten, maar de werknemer ontkent;
  • Dag X+13: de werkgever krijgt kennis van de bewakingsbeelden waaruit duidelijk blijkt dat de werknemer op het werk is toegekomen nadat zijn code reeds ingegeven werd;
  • Dag X+16 (= ontslagdatum): de werkgever confronteert de werknemer een tweede keer met de feiten, die alles blijft ontkennen. Aan het einde wordt de werknemer om dringende reden ontslagen. 

De werknemer betwist zijn ontslag en stelt dat het laattijdig is, omdat het gegeven werd, meer dan 3 werkdagen nadat de werkgever kennis had gekregen van de feiten.


Beslissing van het arbeidshof

Het arbeidshof is van oordeel dat de werkgever terecht een onderzoek gevoerd heeft om de vermoedens van fraude te kunnen bevestigen. De werkgever heeft pas op "X+13" voldoende kennis van de feiten gekregen. Aangezien de werknemer tot aan die datum alles ontkende, had de werkgever onvoldoende elementen om te oordelen dat er fraude gepleegd was.

Interessant is dat het arbeidshof hieraan toevoegt dat dit onderzoek nog meer aangewezen was, gelet op de (lange) anciënniteit en het feit dat de werknemer bovendien ook nog vakbondsafgevaardigde was.

Bijgevolg is het ontslag regelmatig, ook al werd de ontslagbeslissing genomen 16 dagen na de feiten en 14 dagen nadat de werkgever geïnformeerd werd over het voorval.

Wat de grond van de zaak betreft, bevestigt het arbeidshof dat de feiten voldoende ernstig zijn om een ontslag wegens dringende redenen te rechtvaardigen. 


Te onthouden?

Alvorens een werknemer wegens dringende reden te ontslaan, kan het gerechtvaardigd zijn dat de werkgever een voorafgaandelijk onderzoek voert. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn, indien er enkel sprake is van bepaalde vermoedens omtrent de feiten.

Indien bijkomend onderzoek zich opdringt, is het aangewezen zo snel mogelijk te handelen.

Hoe dan ook, kan een dergelijk onderzoek meerdere dagen in beslag nemen, afhankelijk van de onderzoeksdaden die moeten gesteld worden. De driedagentermijn waarbinnen het ontslag moet gegeven worden vangt pas aan op het ogenblik dat de werknemer een voldoende zekerheid verworven heeft over de feiten die een dringende reden tot ontslag uitmaken.


Bron: Arbh. Brussel, 20 januari 2020, A.R. nr. 2017/AB/746, onuitgeg.