Berekening van de opzeggingsvergoeding: de bonus moet niet altijd worden meegerekend

30 aug 2019Ontslag

Op 6 mei 2019 bevestigde het Hof van cassatie een arrest van het Arbeidshof te Luik van 8 juni 2017, dat de laatst betaalde bonus niet had opgenomen in de berekening van de opzeggingsvergoeding, aangezien de werknemer geen recht had op een bonus op het ogenblik van het ontslag.

 

In deze zaak was er geen recht op een bonus op het moment van ontslag, gelet op (i) een clausule in de arbeidsovereenkomst die bepaalde dat de toekenning van een bonus niet automatisch het recht opende op een bonus voor de toekomst en (ii) de slechte bedrijfsresultaten.

 

1. Artikel 39 van de wet van 3 juli 1978

 

Overeenkomstig artikel 39, §1, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten wordt de opzeggingsvergoeding berekend op basis van het lopend loon en de voordelen verworven krachtens de arbeidsovereenkomst. 

 

Het lopend loon is het loon waarop de werknemer recht heeft op het moment van beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Het omvat zowel het vast als het variabel loon. 

 

Voor de berekening van het variabel loon moet het gemiddelde genomen worden van de laatste 12 maanden voorafgaand aan het ontslag.

 

2. Cassatiearrest van 6 mei 2019

 

Volgens het Hof van cassatie impliceert deze bepaling niet dat elk voordeel dat in de twaalf maanden voorafgaand aan het ontslag betaald werd, steeds nog beschouwd kan worden als een deel van het lopend loon op het moment van het ontslag. 

 

Zo stelt het Hof van cassatie: 

 

wanneer een bonus betaald werd voor het voorgaande jaar en een clausule in de arbeidsovereenkomst bepaalt dat de toekenning van een bonus geen recht opent op een bonus voor de volgende jaren, kan de rechter, afhankelijk van de concrete omstandigheden, oordelen dat de werknemer op het moment van het ontslag geen recht had op een bonus, ook al had de werkgever niet van tevoren aangegeven dat hij geen bonus voor het lopende jaar zou toekennen”. 

 

Het Hof bevestigt bijgevolg het arrest van het Arbeidshof van Luik, dat weigerde een bonus in aanmerking te nemen voor de berekening van de opzeggingsvergoeding, op grond van het feit dat de werknemer geen recht had op de bonus op het moment van het ontslag. 

 

In deze zaak bestond er geen recht op een bonus op het moment van het ontslag, omdat:

 

  • De bonus een willekeurig karakter had, gelet op de clausule in de arbeidsvoereeenkomst volgens dewelke “de betaling van de bonus voor een bepaald jaar geen recht opent voor de volgende jaren”; 

 

  • Geen enkel kaderlid van de onderneming voor dat jaar een bonus had ontvangen wegens de slechte resultaten van de onderneming.  

 

Te onthouden? 

 

Alleen de bonus die deel uitmaakt van het lopend loon op het moment van het ontslag, moet worden opgenomen in de berekeningsbasis van de opzeggingsvergoeding.

 

Indien in het kader van het bonusplan van de onderneming gedurende een bepaald jaar geen bonus wordt toegekend, is het mogelijk dat deze bonus geen deel uitmaakt van het lopend loon op het moment van het ontslag.

 

Bron: Cass., 6 mei 2019, S.17.0085.F/6.