Racistische en denigrerende opmerkingen in een Messenger-gesprek tussen collega’s kan een dringende reden uitmaken

02 juni 2021Ontslag

Het Arbeidshof te Luik, afdeling Namen bevestigde het ontslag om dringende reden van een verpleegster die in een Messenger-gesprek tussen collega’s racistische en denigrerende opmerkingen maakte over een andere collega.

De feiten

Een verpleegster werkt al bijna dertig jaar in een ziekenhuis. 

In een Messenger-gesprek met een van haar collega’s, uit deze verpleegster zich meermaals op racistische en denigrerende wijze over een andere collega. 

De werkneemster schrijft onder meer het volgende: 

  • Voorzie een banaan wanneer je jouw aap opleidt … zodat je hem makkelijker kan temmen…”;
  • “Vergeet de banaan en de pindanootjes niet … als beloning”;
  • Hoe gaat het met jouw aap?”

Diep geschokt door de uitspraken van haar collega, meldt de bestemmeling van deze berichten bovenstaande uitspraken aan haar leidinggevende. 

Na een intern onderzoek blijkt dat de werkneemster zich wel vaker schuldig maakt aan dit soort feiten. Deze informatie wordt vervolgens aan de directie gemeld, waarop de verpleegster gehoord wordt door de personeelsdirecteur en de directeur van het ziekenhuis. Tijdens dit gesprek erkent de werkneemster, in het bijzijn van een vakbondsafgevaardigde, dat ze deze berichten effectief geschreven heeft, maar betwist ze het racistische karakter ervan. 

Na afloop van het gesprek, ontslaat het ziekenhuis de werkneemster wegens dringende reden. 

Beslissing van het Arbeidshof 

In eerste aanleg oordeelt de arbeidsrechtbank van Namen dat de werkgever de privacy van de werkneemster had geschonden, door de Messenger-berichten te gebruiken. Bijgevolg wordt het ontslag wegens dringende reden niet erkend. 

Het Arbeidshof te Luik, afdeling Namen, hervormt het eerste vonnis in beroep, en oordeelt dat het bewijs wel ontvankelijk is en het ontslag om dringende reden bijgevolg gegrond is. 

Wat de ontvankelijkheid van het bewijs betreft 

Het Arbeidshof komt tot het besluit dat er geen schending is van: 

(i) Artikel 8 van het EVRM en het recht op privacy, aangezien: 

  • de bestemmeling van de berichten een kopie van de gesprekken vrijwillig aan de werkgever bezorgde;
  • er geen sprake was van een inmenging in de privésfeer door de werkgever;
  • de verpleegster niet redelijkerwijze kon verwachten dat deze berichten niet gedeeld zouden worden met anderen, aangezien zij in een gesprek met een collega over arbeidsvoorwaarden en -relaties choquerende en denigrerende opmerkingen maakte over een andere collega; 

(ii) Artikel 124 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie, aangezien de beperkingen inzake elektronische communicatie niet van toepassing zijn op de bestemmeling van de berichten; 

(iii) De wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (van toepassing op het moment van de feiten), aangezien: 

  • de werkgever geen persoonsgegevens “verzamelde”;
  • de werkgever een gerechtsvaardigd doel had om haar werknemer te sanctioneren voor deze racistische en denigrerende uitspraken, met name waken over de respectvolle behandeling van haar werknemers en cliënteel. 

Wat de ernst van de fout betreft 

Het Arbeidshof meent dat de opmerkingen van de werkneemster, die een van haar collega’s als een aap beschouwt, niet als humoristisch (hetgeen de werkneemster voorhield), maar integendeel als racistisch, haatdragend en vernederend kunnen worden beschouwd. 

Bovendien kan de werkneemster haar recht op vrije meningsuiting niet inroepen om haar gedrag te rechtvaardigen. Als werkneemster heeft ze een verplichting tot loyauteit ten aanzien van haar werkgever en tot respect voor haar collega’s, hetgeen haar recht op vrije meningsuiting beperkt. 

In dit geval zijn de tekortkomingen van de werkneemster des te erger omdat: 

  • de racistische uitspraken geen eenmalige feiten betroffen;
  • deze uitspraken niet gekaderd kunnen worden in moment van frustratie of ergernis;
  • deze uitspraken compleet in tegenspraak zijn met de kernwaarden die de werkgever uitdraagt, met name respect, empathie en menselijkheid, die essentiële waarden zijn voor de goede werking van elke zorginstelling.

In het licht van deze elementen erkent het Arbeidshof het ontslag wegens dringende reden. 

Te onthouden? 

Een werkgever kan kennis nemen van berichten die bijvoorbeeld via messenger tussen collega’s worden uitgewisseld, indien deze informatie aangeleverd wordt door iemand die deel uitmaakt van de chatgroep en op voorwaarde dat de inhoud van de gesprekken betrekking heeft op de arbeidsvoorwaarden of -relaties. 

Het formuleren van racistische en denigrerende opmerkingen kan een ontslag wegens dringende reden rechtvaardigen. Dergelijke tekortkomingen zijn des te erger wanneer ze plaatsvinden in een zorginstelling, waar waarden als respect, empathie en menselijkheid basisbeginselen zijn.

Bron: Arbeidshof te Luik, afdeling Namen, 20 mei 2021, A.J. nr. 2020/AN/42.