De sociale verkiezingen vinden plaats tussen 11 en 24 mei 2020

04 dec 2018Reglementering

Op de ministerraad van 16 november 2018 werd een voorontwerp van wet betreffende de sociale verkiezingen goedgekeurd. Ook de NAR sprak zich reeds uit over dit voorontwerp in een lijvig advies. 

 

Vooral de wijziging van de referteperiode springt in het oog. Hierdoor zal het aantal werknemers tewerkgesteld vanaf 1 oktober 2018 reeds relevant zijn om te bepalen of een onderneming in 2020 sociale verkiezingen zal moeten organiseren.

 

1. Wanneer zullen de volgende sociale verkiezingen plaatsvinden ?

 

Het voorontwerp van wet bepaalt dat de volgende sociale verkiezingen tussen 11 en 24 mei 2020 zullen plaatsvinden. 

 

2. Wanneer moet een onderneming sociale verkiezingen organiseren?

 

Alleen de ondernemingen die een bepaald aantal werknemers in dienst hebben gedurende een bepaalde periode moeten sociale verkiezingen organiseren.

 

In ondernemingen met een gemiddelde tewerkstelling van :

 

  • minstens 50 werknemers moet een comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW) opgericht worden. 

 

  • minstens 100 werknemers moeten daarnaast ook een ondernemingsraad (OR) opgericht worden.

 

Hierbij moet rekening worden gehouden met alle werknemers die verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst met de werkgever. Bijgevolg worden uitzendkrachten in de regel niet meegeteld, behalve voor wat betreft hun tewerkstelling in het laatste kwartaal van de referteperiode. 

 

Bij de vorige sociale verkiezingen van 2016 moest voor de beoordeling van deze drempels gekeken worden naar het gemiddeld personeelsbestand in het kalenderjaar dat het jaar van de sociale verkiezingen voorafging; met andere woorden de periode tussen 1 januari 2015 en 31 december 2015.

 

Deze berekeningsmethode kon in bepaalde gevallen tot praktische problemen leiden. De verkiezingsprocedure moet immers al 150 dagen vóór de dag van de verkiezingen opgestart worden. Aangezien de vorige sociale verkiezingen tussen 9 en 22 mei 2016 georganiseerd werden, moesten ondernemingen begin december 2015 reeds beslissen of ze de procedure zouden opstarten, terwijl de referteperiode nog niet helemaal ten einde was. 

 

Bijgevolg kwam het voor dat ondernemingen midden december 2015 de procedure opstartten, om vervolgens eind december 2015 te moeten vaststellen dat de drempel niet gehaald werd of vice versa. 

 

3. Wat wijzigt er?

 

Om een einde te maken aan deze juridisch onzekere situatie, stelt de regering nu voor om de referteperiode, die nog steeds 12 maanden zal bedragen, met één kwartaal te vervroegen. De nieuwe referteperiode zou dan tussen 1 oktober 2018 en 30 september 2019 vallen, zodat de ondernemingen vóór de aanvang van de electorale procedure weten waar ze aan toe zijn. 

 

Aangezien de referteperiode met een trimester vervroegd wordt, zou de relevante periode voor de tewerkstelling van uitzendkrachten in de onderneming tussen 1 juli 2019 en 30 september 2019 komen te liggen.

 

Dit zou evenwel een vertekend beeld geven, aangezien er in de zomermaanden doorgaans minder beroep gedaan wordt op uitzendkrachten. Daarom stelt de regering nu voor om voor uitzendkrachten niet langer te kijken naar het laatste, maar wel naar het voorlaatste kwartaal van de referteperiode, met andere woorden de periode tussen 1 april 2019 tot 30 juni 2019.

 

4. Kan u nog andere voorbereidingen treffen ?

 

De hierboven beschreven drempels van 50 en 100 werknemers worden berekend op het niveau van de technische bedrijfseenheid (“TBE”). Zo is het mogelijk dat werknemers over verschillende juridische entiteiten verdeeld zijn, maar dat er voldoende « economische en sociale samenhang » tussen al deze verschillende ondernemingen bestaat om te besluiten dat er sprake is van één TBE. 

 

Een goed begrip van het concept « TBE » en de keuzes die zich reeds vandaag in dat verband opdringen, kunnen eventueel van belang zijn voor de organisatie van de sociale verkiezingen in mei 2020. 

 

Onder meer de volgende criteria zijn in dit kader relevant: 

 

  • Vallen de verschillende ondernemingen onder hetzelfde administratieve beheer ?
  • Bestaat er een economische link tussen de verschillende juridische entiteiten (vb. opeenvolgende economische activiteiten) ?
  • Werkt het personeel in hetzelfde of in aanpalende gebouwen ?
  • Zijn de arbeidsvoorwaarden en het arbeidsreglement voor alle werknemers dezelfde ?
  • Worden er sociale activiteiten over de ondernemingsgrenzen heen georganiseerd ?
  • Etc…

 

5. Te onthouden?

 

Werkgevers zullen bij de beoordeling van de drempels voor de sociale verkiezingen rekening moeten houden met de situatie in hun onderneming:

 

  • tijdens de periode tussen 1 oktober 2018 en 30 september 2019 voor wat betreft de eigen werknemers, en;

 

  • tijdens de periode tussen 1 april 2019 tot 30 juni 2019, voor wat betreft de tewerkstelling van uitzendkrachten.

 

Daarnaast is 2019 het beslissende jaar voor de afbakening van de technische bedrijfseenheid. Het is dus aangewezen om vanaf nu voorzichtig te werk te gaan met structuurwijzigingen (fusie, overname, overdracht, enz.) in deze periode, meer bepaald alles wat betrekking heeft op de sociale criteria die gewoonlijk door de rechtbanken worden gehanteerd om de omvang van de TBE te bepalen.

 

De hierboven besproken nieuwigheden zijn nog niet definitief, aangezien de nieuwe wet nog niet werd goedgekeurd door het parlement. 

 

Aarzel niet één van de vennoten van Sotra te contacteren, indien u hierover vragen zou hebben. 

 

Bronnen:

  • Advies nr. 2.103 van de Nationale Arbeidsraad van 23 oktober 2018
  • Persmededeling van ministerraad van 16 november 2018