Telewerk en terugkeermomenten naar het werk: de aanbevelingen van de sociale partners

12 mei 2021Covid-19

Met het oog op de versoepelingen inzake verplicht telewerk, preciseren de sociale partners de na te komen voorwaarden bij de invoering van “terugkeermomenten naar het werk”, zoals voorzien door de CAO nr. 149.

1.    Context 

In januari 2021 hebben de sociale partners de CAO nr. 149 afgesloten die een kader schiep voor aanbevolen of verplicht telewerk omwille van COVID-19 (zie onze News over dit onderwerp). Met het oog op het welzijn van de telewerkers werd aanbevolen om ”goed georganiseerde en beperkte” terugkeermomenten in te plannen.

De Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk (HRPBW) en de Nationale Arbeidsraad (NAR), hebben nu aanbevelingen geformuleerd omtrent de wijze waarop deze “terugkeermomenten” kunnen georganiseerd worden, van zodra telewerk niet meer algemeen verplicht is. 

Volgens de sociale partners kunnen deze momenten “een eerste stap zijn naar een geleidelijke en meer systematische terugkeer naar de werkvloer”.

Het Overlegcomité van dinsdag 11 mei heeft overigens aangekondigd dat er vanaf 9 juni één dag per week een uitzondering op het verplicht telewerk mogelijk is en vanaf juli zou telewerk enkel nog aanbevolen, maar niet langer algemeen verplicht zijn. 

2.    De aanbevelingen van de sociale partners 

De sociale partners hebben een aanbevelingen geformuleerd voor de randvoorwaarden die de terugkeermomenten zouden moeten omkaderen:

  • De terugkeermomenten hebben als doel het psychosociaal welzijn van de werknemers en de teamgeest te bevorderen;
  • Deze terugkeermomenten mogen niet verplicht worden. De werkgever mag hieraan voor de werknemer geen enkel positief of negatief gevolg verbinden;
  • In overleg met de bevoegde diensten voor preventie en bescherming op het werk en met inachtneming van het sociaal overleg gaat de werkgever na of de door hem genomen preventiemaatregelen volstaan om terugkeermomenten veilig te laten verlopen en, indien nodig, de maatregelen aan te passen;
  • Het aantal aanwezige werknemers op de werkplek moet toelaten om de maatregelen tegen de verspreiding van COVID-19 op het werk consequent toe te passen;
  • Waakzaamheid is geboden over de wijze van verplaatsing naar het werk (voorbeeld: verplaatsing met het openbaar vervoer afraden tijdens de piekuren);
  • De werkgever moet aan de werknemers duidelijke instructies communiceren zodat de terugkeer naar het werk in alle veiligheid kan gebeuren. Hij wijst hen er onder meer op dat ze in geen geval mogen terugkeren als ze zich ziek voelen of in quarantaine zijn;
  • De werkgever waakt erover dat de maatregelen uitgevaardigd door de bevoegde instanties (generieke gids, eventueel aangevuld met de sectorgids) door alle werknemers toegepast worden. Hij moet bijzondere aandacht besteden aan het respecteren van het naleven van de maatregelen van social distancing, hygiënemaatregelen, het voorzien van voldoende ventilatie, enz. 

De sociale partners preciseren dat al deze maatregelen afgetoetst moeten worden bij het uitwerken van terugkeermomenten, met inachtneming van de regels van het sociaal overleg in een onderneming. 

Te onthouden? 

De sociale partners hebben aanbevelingen geformuleerd in het kader van de organisatie van terugkeermomenten naar de werkplek. Werkgever moeten deze aanbevelingen in acht nemen om één en ander op een veilige manier te laten verlopen.

Bron: Gemeenschappelijke verklaring door de sociale partners van de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk en de van de Nationale Arbeidsraad inzake terugkeermomenten naar de werkplek, 7 mei 2021, www.cnt-nar.be.