Een uitzendkracht heeft in principe recht op alle loonvoordelen die de gebruiker aan zijn eigen werknemers toekent

10 dec 2018Loon

Het Arbeidshof van Gent heeft zich in een onuitgegeven arrest uitgesproken over het verbod op discriminatie van uitzendkrachten op het vlak van verloning. Uitzendkrachten mogen niet minder gunstig behandeld worden dan een "vaste" werknemer met een overeenkomst van bepaalde tijd, die op zijn beurt niet minder gunstig mag worden behandeld dan een "vaste" werknemer met een overeenkomst van onbepaalde tijd.

 

De feiten

 

Een uitzendkracht wordt via verschillende tijdelijke arbeidsovereenkomsten voor uitzendarbeid ter beschikking gesteld van een gebruiker. In het kader van deze arbeidsverhouding vraagt de uitzendkracht de toekenning van maaltijdcheques.

 

De gebruiker weigert maaltijdcheques aan de uitzendkracht toe te kennen aangezien een ondernemings-CAO dit voordeel enkel toekent aan werknemers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd. Volgens de gebruiker moet een uitzendkracht vergeleken worden met een werknemer met een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur, die volgens de ondernemings-CAO aldus geen recht heeft op maaltijdcheques.

 

De beslissing

 

Het arbeidshof herhaalt dat, overeenkomstig de wet op de uitzendarbeid, het loon van een uitzendkracht niet lager mag zijn dan datgene waarop hij recht zou hebben gehad indien hij onder dezelfde voorwaarden als vaste werknemer door de gebruiker in dienst was genomen. Hierop bestaat evenwel een uitzondering, nl. indien er een gelijkwaardig voordeel bestaat in het paritair comité voor de uitzendarbeid. Het loon en de voordelen van de uitzendkracht moet worden vergeleken met dat van een werknemer die voor bepaalde tijd door de gebruiker in dienst wordt genomen.

 

Vervolgens analyseert het arbeidshof de ondernemings-CAO betreffende de toekenning van maaltijdcheques in het licht van de wet van 5 juni 2002 betreffende het non-discriminatiebeginsel ten voordele van werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Volgens deze wet mogen werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet minder gunstig behandeld worden dan werknemers met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd, tenzij een verschillende behandeling op basis van objectieve gronden gerechtvaardigd is.

 

Aangezien de onderneming geen objectieve redenen kan aantonen die de toekenning van maaltijdcheques uitsluitend aan werknemers in dienst voor onbepaalde tijd rechtvaardigt, besluit het arbeidshof dat de ondernemings-CAO in strijd is met een hogere wettelijke bepaling (de wet van 5 juni 2002). De CAO is derhalve nietig en kan niet worden toegepast.

 

Door beide bovengenoemde beginselen samen toe te passen, besluit het arbeidshof dat de uitzendkracht moet worden vergeleken met een werknemer die door de gebruiker voor onbepaalde tijd in dienst wordt genomen, waardoor hij recht heeft op maaltijdcheques.

 

Te onthouden?

 

De verloning van de uitzendkracht mag niet lager zijn dan de verloning waarop hij recht zou hebben indien hij rechtstreeks bij de gebruiker onder dezelfde voorwaarden in dienst was genomen, tenzij er in het paritair comité voor de uitzendarbeid een gelijkwaardig voordeel bestaat. Dit gelijkheidsbeginsel is niet alleen van toepassing op het loon, maar ook op alle voordelen die in het kader van de overeenkomst worden verkregen, met inbegrip van maaltijdcheques.

 

De gezamenlijke toepassing van dit gelijkheidsbeginsel met het non-discriminatiebeginsel voor werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, heeft tot gevolg dat de uitzendkracht recht heeft op dezelfde loonvoordelen als die van een werknemer in dienst voor onbepaalde tijd.

 

Bron :

 

Arbeidshof Gent (2ekamer), 8 oktober 2018, A.R. 2017/AG/73, onuitgegeven.