Wijzigingen inzake het periodiek gezondheidstoezicht op werknemers

01 aug 2019Reglementering

Sinds 21 juni 2019 bepaalt een bijlage aan de Codex over het welzijn op het werk, per functie of activiteit die risico's met zich meebrengen, de frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen.

 

1. Wat wordt bedoelt met « periodiek gezondheidstoezicht op werknemers »?

 

De Codex over het welzijn op het werk verplicht elke werkgever om werknemers met een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid of bepaalde risicovolle activiteiten aan een periodieke gezondheidstoezicht te onderwerpen.

 

Op basis van dit onderzoek stelt de preventieadviseur-arbeidsarts de werkgever passende individuele en/of collectieve beschermings- of preventiemaatregelen voor.

 

2. Wijzigingen van de Codex over het welzijn op het werk

 

Het periodiek gezondheidstoezicht op de werknemers wordt voortaan onderverdeeld in twee delen :

 

  • een gezondheidsbeoordeling,die enkel door de preventieadviseur-arbeidsarts kan worden uitgevoerd.

 

In dit onderdeel wordt onderzocht of de gezondheidstoestand van de werknemer verenigbaar is met de uitgeoefende arbeid. Er wordt een anamnese (i.e. een onderzoek naar de medische voorgeschiedenis) en een klinisch onderzoek uitgevoerd. 

 

  • aanvullende medische handelingen, uitgevoerd door of onder de verantwoordelijkheid van de preventieadviseur-arbeidsarts. De resultaten van deze handelingen moeten evenwel steeds door de preventieadviseur- arbeidsarts zelf geïntepreteerd worden.

 

In dit onderdeel worden de risico’s onderzocht waaraan de werknemer wordt blootgesteld wegens het uitoefenen van zijn functie. Er wordt een persoonlijk gesprek met de preventieadviseur-arbeidsarts of het verplegend personeel georganiseerd en een individuele medische vragenlijst wordt ingevuld en/of andere individuele medische handelingen worden uitgevoerd.

 

Werknemers die onderworpen worden aan een periodiek gezondheidstoezicht worden in elk geval na 12 maanden onderzocht. Daarna wordt de frequentie van de periodieke gezondheidsbeoordeling en de aanvullende medische handelingen bepaald naargelang de aard, de mate en de duur van de blootstelling aan risico's, zoals vastgelegd in een bijlage aan de Codex over het welzijn op het werk.

 

Wanneer een werknemer wordt blootgesteld aan verschillende risico's waarvoor de frequentie van het periodiek gezondheidstoezicht verschillend is, wordt de hoogste frequentie toegepast.

 

Ten slotte moeten werkgevers voortaan alle werknemers, al dan niet onderworpen aan het periodiek gezondheidstoezicht, jaarlijks herinneren aan de mogelijkheid om een spontane raadplegingte vragen.

 

Wat te onthouden?

 

Sinds 21 juni 2019 zijn de regels inzake het periodiek gezondheidstoezicht voor werknemers met een veiligheidsfunctie, een functie met verhoogde waakzaamheid of bepaalde risicovolle activiteiten gewijzigd.

 

Voortaan wordt het medisch toezicht opgesplitst in een periodieke gezondheidsbeoordeling enerzijds en aanvullende medische handelingen anderzijds.

 

De nieuwe bijlage I.4-5 aan de Codex over het welzijn op het werk bepaalt de frequentie van de gezondheidsbeoordelingen en de aanvullende medische handelingen, naargelang de aard, de mate en de duur van de blootstelling aan risico's. 

 

Ten slotte moeten werkgevers voortaan alle werknemers, al dan niet onderworpen aan het periodiek gezondheidstoezicht, jaarlijks herinneren aan de mogelijkheid om een spontane raadpleging te vragen.

 

Bron: Koninklijk besluit van 14 mei 2019 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk, wat het periodiek gezondheidstoezicht betreft, B.S.11 juni 2019, 2e editie, pp. 60353.